Laatste Update:
10 februari 2010

Op deze pagina kunt u lezen over de geschiedenis van Dalerveen en hier wordt ook vermeld wat & waar de monumentale panden zijn op Dalerveen.

In Dalerveen is de historie van de vervening nog duidelijk zichtbaar. De eerste 'verveners' in het Dalerveenseveen waren vermoedelijk de inwoners van Dalen en Wachtum. Het resultaat van hun activiteiten was het dorp Dalerveen, dat al op de oudst bekende kaarten van de omgeving staat aangegeven. Aan de rand van de grote veenmoerassen ontwikkelde zich een langgerekt dorp, waarvan de inwoners eeuwenlang hun eigen gang gingen. Via het oude 'Kerkepad' naar het dorp Dalen gingen ze zondags naar de kerk. Daar werden dan ook de laatste nieuwtjes uitgewisseld. In de negentiende eeuw kreeg Dalerveen eigen voorzieningen, zoals de school en later de zuivelfabriek en korenmalerij "de Hoop". Ook had Dalerveen tientallen jaren een eigen stationnetje aan de spoorbaan naar Emmen.
Een klein station met een wachtkamer, toiletten, een opslagplaats en een perron. Op de voorgevel de naam: Dalerveen.

Jan Koopman was de laatste scheper van Dalerveen, die met zijn Drentse heideschapen door het veld bij Schimmelarij trok. Hij woonde op een afgelegen plaats in een klein huisje en leefde heel eenvoudig van de opbrengst van zijn kudde, die in de schaapsschuur bij zijn woninkje was ondergebracht. Hier hield hij ook nog wat varkens.

Een zandweg tussen Dalerveen en Schimmelarij voerde langs de buurtschap De Lichtenberg, bestaande uit drie boerderijen en één burgerhuisje. Volgens overlevering moet hier vroeger een kasteel gestaan hebben; als bewijs ervoor werd jarenlang een inmiddels gedempte, langwerpige vijver als overblijfsel van de voormalige slotgracht aangewezen. De Drie Podagristen vermelden in 1843 dat hier "voorheen een herenhuis met grachten en ophaalbruggen gestaan heeft". Meer als een legende is de overlevering echter niet.

In 1894 stichtten de Dalerveense boeren hun eigen Zuivelfabriek. Ze gaven het nieuwe bedrijf de naam: "De Hoop" en benoemden tot directeur Jan IJpelaar, afkomstig uit Borger. IJpelaar, die spoedig inzag, dat de aangevoerde hoeveelheden melk niet toereikend waren om de fabriek renderend te maken, begon na verloop van tijd ook veevoeder te verkopen. Zo zag de toekomst voor "De Hoop" er hoopgevend uit.
Helaas Jan IJpelaar had een bijzondere voorliefde voor jenever en als de boeren zaterdags kwamen afrekenen, werd er een stevige borrel geschonken. In 1914 nam het bestuur van de fabriek een beslissing, Jan werd ontslagen, omdat de fabriek er schade van ging ondervinden, daar de directeur zijn taak niet meer aankon. Zijn opvolgers Veurink en Bakker, wisten de fabriek met hard werken weer op poten te krijgen en deden de fabriek weer floreren, mede door het besluit van IJpelaar om veevoeder te gaan verkopen, daardoor gingen boeren meer koeien houden en werd de melkproductie dus aanzienlijk verhoogd. Van het één kwam het ander en in 1916 besloot het fabrieksbestuur een eigen malerij te beginnen. Dit betekende op de duur echter de doodsteek voor de uit het midden van de negentiende eeuw daterende Dalerveense molen, die in 1922 helaas afgebroken werd. De laatste molenaar, "Mulder Jan Kiers" (Jan Kiers Oldenhuizing) werd boer. In 1969 werd de productie in de fabriek gestaakt, van de afdeling veevoeder restte nog slechts een verdeelstation, waar men bestellingen kon afhalen. In december 1995 is de fabriek opgekocht door Willem Eising en is in het voorjaar van 1996 afgebroken.

Jan IJpelaar kocht een café, maar omdat hij zelf de grootste klant was, qua afname, moest hij zijn café weer van de hand doen. In de tussen tijd had zijn gezin hem verlaten en bleef hij eenzaam achter. Hij begon een winkeltje waar hij o.a. "Apenoten" verkocht, verpakt in zakjes van krantenpapier. Echter, hiermee kon hij de kost niet verdienen en verhuisde hij opnieuw. Ditmaal naar een woonwagen op de Oshaar, waar hij heen is gebracht met paard en wagen door Wijnandus Meppelink,    waar hij als de wat zonderlinge kluizenaar "Olle Pap" zijn leven zou slijten.
Op 28 maart 1955 is hij in z'n woonwagen overleden, hij werd 82 jaar oud.

Wolter Wassen was een landloper van de oude stempel. Niemand wist, waar hij vandaan kwam; niemand, hijzelf ook niet, wist waar hij heen ging. Hij sliep, waar het zo uitkwam en scharrelde zijn kostje op bij boeren en burgers. Zo ook bij Albert Lanjouw en bij Job Vleems, die wellicht de mooiste hoeve bewoonde van de 'De Lichtenburg', die boerderij is sinds 1939 in het bezit van de familie Tempels.

De enige weg, die Dalerveen vroeger bezat, was de Hoofdstraat, die dwars door het dorp liep. De overige straten waren zandwegen. Ze kwamen allemaal op de Hoofdstraat uit en werden 'dieken' genoemd. Daar de verharde weg wat hoger lag dan de dieken, viel het in het natte jaargetijde soms niet mee zonder ongelukken de Hoofdstraat te bereiken. Dat ondervond eens petroleumventer Tieman, die met zijn paard en wagen de Dalerveners van deze indertijd onmisbare brandstof voorzag. Zijn wagen gleed bij het nemen van de bocht opzij en kantelde. Paard en voerman kwamen er met de schrik af, maar de blikken petroleum lagen her en der verspreid in de modder. Behulpzame dorpsjongens, juist op weg naar de school in het Hakenbos, hielpen ijverig de wagen weer omhoog te krijgen en de lading weer op haar plaats te zetten. Hier en daar waren wat blikken leeggelopen en ook het grote vat was nogal wat van zijn inhoud kwijt geraakt. Eenmaal in de school aangekomen, werden de jongens er door meester Beumkes weer ijlings uitgezet. De petroleum, die ze op klompen en kleding gekregen hadden, verspreidde in de met turf verwarmde school zo'n doordringende stank, dat ze de boodschap meekregen, slecht volledig verschoond terug te komen. En meester Beumkes gaf zijn leerlingen echt niet zo gauw vrijaf!
De school in Hakenbos was in 1884 daar verrezen. Het was een wat statig gebouw met een indrukwekkend voorportaal. De put op het schoolplein was gevuld met geelbruin water, een kleur, die ontstond door de oerijzerrijkdom van de Dalerveense bodem. Jarenlang werd deze delfstof, gebruikt voor het zuiveren van uit kolen verkregen gas, in de omgeving van het dorp weggegraven. De schoolkinderen dronken het water zonder zich iets van de kleur aan te trekken. Ze waren natuurlijk ook niet anders gewend. De witte kroes, die bij de put hing, was door het vele gebruik helemaal geel geworden. Kwalijke gevolgen heeft niemand er ooit van ondervonden.
In 1951 werd de school in het Hakenbos vervangen door een modern gebouw aan de Hoofdstraat. Tweeëndertig jaar later, in 1983, kwam een samenvoeging met de Openbare School Stieltjeskanaal tot stand en werd de huidige naam "Stidalschool" ingevoerd.

De brandweer van de gemeente Dalen was al vroeg uitstekend georganiseerd, zo waren er niet alleen brandweermannen uit dalen, maar ook uit Oud- en Nieuw-Schoonebeek, Dalerveen en Wachtum.
In 1866 waren er maar liefst 118 mannen bij de brandbestrijding betrokken, die allemaal een nauwkeurig omschreven taak hadden. Er waren brandmeesters bij de zeilen, bij de spuit en bij de haken, waterstorters, putters bij de spuit, pompers en zakkendragers. Natte zeilen werden gebruikt om de daken van de belendende percelen te beschermen tegen overspringende vonken; haken om de brandende hooibergen en daken uit elkaar te trekken.

Gastenboek

E-mail

Monumenten te Dalerveen ...

Dalerveen -
Boerderij aan de Lichtenburg


Aan de Lichtenburg 7 staat een boerderij die gebouwd is tussen 1672 en 1693. Hoewel hij veel verbouwingen heeft ondergaan, is de hoge ouderdom nog duidelijk zichtbaar. Misschien maakte de boerderij deel uit van het bezit, behorend bij een met grachten omringd herenhuis, dat hier volgens overlevering eens stond.

Dalerveen -
Stookhok aan de Hoofdstraat


Aan de Hoofdstraat 139 vinden we naast de daar staande boerderij een nog origineel stookhok, een schuurtje met een pannendak en een schoorsteen. Hierin werden vroeger in de stookpot boven een turf- of houtvuur de aardappels gekookt, die als
varkensvoer dienden. In dezelfde pot kookte men ook de was, uiteraard
nadat hij goed schoongemaakt en daarna met laken bekleed was.

Dalerveen - Dalerveense Veen


Het Dalerveense Veen, een mooi
wandelgebied, bestaat uit bos en heide,
afgewisseld met akkers. Voor de
wandelaar valt hier in alle rust en stilte nog iets te ontdekken. Er broeden
diverse vogels en vele andere dieren hebben er hun verblijfplaats.
Heel bijzonder zijn de percelen niet
afgegraven hoogveen, meestal met
berken begroeid.

Dalerveen - Jugendstilwoning


De statige Jugendstilwoning voor de boerderij aan de Hoofdstraat 141 werd in 1923 gebouwd door Lambertus Honning en zijn vrouw Rika
Strating. Lambertus was een gezeten boer in
Dalerveen, volmacht in de marke en kerkvoogd van de kerk van Dalen. De gevel van zijn huis wordt gedomineerd door de monumentale
ingangspartij met de in een boogportaal
geplaatste hoofddeur. De dakkapel daarboven heeft een overkapping met een opmerkelijke windveerconstructie in de nok.

Dalerveen - Boerderij aan de NAM-weg


De boerderij aan de NAM-weg 23 werd, getuige de sluitsteen boven de baanderdeur, gebouwd door Pieter ten Hool in 1838. Hij en zijn zoon Albert (van wie nog een kleine
inscriptie in de schuurmuur) waren tientallen jaren de
gezaghebbende boeren van Dalerveen Zij waren
president-kerkvoogd van de kerk in Dalen, gemeenteraadsleden en natuurlijk ook volmachten in de marke. De typisch Saksische met rietgedekte boerderij werd met de
bijbehorende gebouwen in de jaren negentig van de vorige eeuw in uitstekende staat teruggebracht. In het achterste gedeelte is nu galerie "De Sprong" gevestigd.

Startpagina | Historie Dalerveen | Foto's Dalerveen | Historie Stieltjeskanaal | Foto's  Stieltjeskanaal | Activiteiten / Evenementen | Verenigingen | Bedrijven & Links | Dréntse Toal