Laatste Update:
8 juni 2008

Van 1880 tot 1884 werd er door ongeveer 300 arbeiders met de schop gegraven, door hen is het Stieltjeskanaal ontstaan.
De Coevorder opdrachtgevers vernoemden het gegraven kanaal naar Dr. T.J.Stieltjes, die als ingenieur-directeur van de Overijsselse Kanaalmaatschappij baanbrekend werk verricht had bij de aanleg van het Coevordens kanaal, dat Coevorden met de Vecht verbind.

De Openbare School Stieltjeskanaal werd in 1908 geopend.
Het eerste hoofd was de heer E.H.Lubbers, die voordien onderwijzer in Dalerveen geweest was. Vroeg weduwenaar geworden, bewoonde hij tientallen jaren met de huishoudster het meestershuis naast de school. Meester Lubbers was een klein mannetje met een vergroeide rug, maar die lichamelijke tekortkomingen deden niets af aan het ontzag, dat de schooljeugd voor hem koesterde.
Hij was een man van de klok, stipt en nauwgezet en zijn fluitje beheerste het schoolleven. Eigenlijk had hij dit snerpende instrument niet eens zo nodig. Als hij in de pauze thuis koffie dronk en voor het keukenraam gezeten toezicht hield op het schoolplein, behoefde hij alleen maar op te staan om de kinderen in beweging te zetten richting de schooldeur.
Meester Lubbers speelde ook een belangrijke rol in het maatschappelijke leven, zo was hij o.a. voorzitter van de Boerenleenbank van Dalerveen en bekleedde verschillende functies in allerlei verenigingen. In zijn school wist hij zich te omringen door een aantal enthousiaste oudercommissieleden, die verantwoordelijk waren voor een tal van activiteiten. Zo werd in 1934, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Stieltjeskanaal, een groot school- en volksfeest georganiseerd, waarbij een boottocht op het jarige kanaal één der hoogtepunten vormde.
Het leerlingenaantal baarde Lubbers de jaren door voortdurend zorgen en soms werden er wel eens noodgrepen toegepast om een leerkracht te behouden. Zo bleef bijvoorbeeld lerares Jannie de Groot twee jaar langer op school dan noodzakelijk was en zij was niet de enige.
Everhardus Hendrikus Lubbers ging op 18 mei 1937, op zestigjarige leeftijd, vervroegd met pensioen, na het onderwijs in de gemeente Dalen ruim veertig jaar gediend te hebben. Hij vestigde zich in Schoonebeek en is daar ook overleden.
De school werd in 1959 totaal verbouwd en kreeg toen de naam "Dr..T.J.Stieltjesschool". In 1983 volgde een samenvoeging met de Openbare School te Dalerveen.

Zo stond er aan het Stieltjeskanaal ook een soort van winkel annex café, deze werd in 1925 door Anne de Groot -Assen overgenomen, van de familie Louwers, kort nadat ze op haar 24ste weduwe was geworden en er alleen voor stond met haar pas geboren dochtertje. De winkel was voor haar dus een ware uitkomst en samen met haar zuster Fenna bezorgde zij nu voortaan haar kruidenierswaren bij de klanten thuis en dreef ze het bij de winkel horende cafeetje met verlof A.
Verlof A betekende: geen verkoop van sterke drank.
De zusters hielden zich hier strikt aan, wat niet weg nam, dat aan de andere kant van het huis menige fles van eigenaar verwisselde. 't Verlof had immers betrekking op het café.

Hans Assen, haar vader, had de zorg over "Brug Assen", het openen en sluiten ervan en het innen van bruggeld. Dat innen gebeurde met behulp van de bekende klomp aan een lange stok die de voorbijvarende schipper werd toegestoken.
De Stieltjeskanaal-maatschappij besloot na verloop van tijd alle brug- en sluisgelden in één keer te laten innen. Dat was veel gemakkelijker, want men hoefde dan niet met alle vier brugwachters (van brug Hidding, brug Assen, brug De Haan en brug Knol) afzonderlijk af te rekenen. Voortaan werd er betaald bij Sluis I (sluis Knol) vanaf Coevorden of bij Sluis II (sluis Ensing) vanaf
Nieuw-Amsterdam.
Hans Assen werd belast met de controle. Hij noteerde de passerende schepen en verstrekte retourbriefjes voor gratis terugvaart. Sluis I werd in 1914 onder toezicht geplaatst van Koop Knol, die voor zijn werkzaamheden Fl. 5,00 per week ontving. Hiervan kon hij natuurlijk niet leven en daarom mocht hij vrij wonen en kreeg hij ook nog beschikking over 1½ hectare weidegrond. Hierop en op de kanaaldijken kon hij zijn 3 koeien laten grazen.
Koop inde bij de in zijn sluis liggende schippers de vereiste gelden: 3 cent per ton scheepsinhoud heen en terug, 10 cent per brug en 3 cent voor het passeren van het "Schoolvonder" dat tegenover de school van meester Lubbers lag.
Het schutten duurde ongeveer een kwartier. In de drukke tijd, tijdens de aardappelcampagne, gingen er 4 schepen tegelijk in de sluis en passeerden er soms 60 per dag, op weg naar de aardappelmeelfabrieken van Coevorden,
De Krim of Nieuw-Amsterdam.
Van 1914 tot 1973 hebben leden van de familie Knol onafgebroken de sluis- en brugwachtersfunctie bij sluis Knol vervuld.
In 1973 werden sluis Knol en brug Knol afgebroken. Een brede waterweg scheidt nu beide oevers en dat wordt door de bewoners aan weerszijden diep betreurd.

Gastenboek

E-mail

Ing. Dr. T.J. Stieltjes